Batifoleurs informatie over bengalen

De bengaal
A walk on the wildside

De bengaal is ontstaan uit experimentele kruisingen tussen de Bengaalse tijgerkat ( = Asian Leopard Cat of gekort ALC) en een gedomesticeerde kat in de jaren 60. Echter destijds was nog niemand op het idee gekomen om hieruit een nieuw ras te creëren. Pas jaren later zou Jean Mill met enkele andere fokkers zich bezig houden om een ras te scheppen dat er zo exotisch uitzag als een kleine wilde katachtige maar zo tam moest zijn als een gedomesticeerd ras. Al snel was het ras ‘de bengaal' geboren.

Dit ging echter niet zonder slag of stoot. Bij de eerste generatie bengalen (F1 = kruising ALC x gedomesticeerde kat) bleken alle katers steriel en de poezen waren ook moeilijk om mee te fokken. Met veel doorzettingsvermogen is het fokkers in de VS toch gelukt de bengaal te fokken zoals hij nu: een lieve, actieve, huiselijke kat met een wild exotisch uiterlijk.
                                                      
                                                              Batifoleurs Coleen of Silkroute
 
De bengaal werd in 1984 door de TICA erkend voor de kampioenstatus, bij de FiFe werd het ras pas in 1992 erkend. In 1991 werd de eerste bengaal uit de VS naar Nederland geïmporteerd. De kwaliteit van de bengaal is sindsdien veel verbeterd. Ook zijn er steeds meer mensen die zich voor dit ras interesseren. Hield zich 10 jaar geleden slecht een handje vol fokkers bezig met het fokken van bengalen en was het ras op show een zeldzaamheid, merk je nu dat er de laatste 5 jaar steeds meer fokkers bijkomen. Ook op de Nederlandse show is de bengaal geen zeldzaamheid meer. Maar of het ras ooit zo populair zal worden als in de VS waar het binnen de TICA op nummer 2 staat, moeten we hier nog maar afwachten.

Gedrag

De bengaal heeft altijd een grote aantrekkingskracht op mensen. Zijn uiterlijk welke zijn wilde voorouders verraadt, is hier grotendeels debet aan. Dit merk je goed op shows, waar bezoekers altijd vol verwondering blijven staan bij een kooi bengalen.

Hoe mooi een bengaal ook moge zijn, hij is niet voor iedereen weg gelegd. Je moet het wel leuk vinden een kat in huis te hebben die heel erg actief en speels is, en overal op en in zit. Vaak wanneer het je helemaal niet uitkomt. Het zijn zeer goede klimmers en springers; ze hebben een langer uithoudingsvermogen dan enig ander ras. Maar aan de andere kant zijn het katten die erg op mensen gericht zijn, indien zij goed zijn gesocialiseerd. Zo praten ze graag tegen je, ze kunnen hele verhalen ophangen. Het zijn echt interactieve katten die je redelijk snel dingen kunt leren.

Het zijn over het algemeen geen dominante katten en kunnen goed met andere rassen samen gehouden worden. Ze kunnen niet goed tegen alleen zijn; ze moeten mensen of andere katten om zich heen hebben.

Ten slotte zijn het katten die heel duidelijk laten blijken dat ze ergens niet mee eens zijn. Ze kunnen dan luidkeels gaan mauwen, zelfs krijsen. Dit luide protest heeft vaak niet veel om handen en betekent zeker niet dat ze uit hun vel gaan springen, over het algemeen blijft het bij protesteren. Het is dit protesteren wat bengalen, vaak onterecht, een slechte naam geeft op shows bij andere exposanten en keumeesters.
 
                                                                                              
                                                        IW SGC Batifoleurs Wild Illusion

Foundation bengaal versus kampioenstatus bengaal

Wanneer je met bengalen fokkers praat, dan hebben ze het vaak over hoeveelste generatie bengaal een bepaalde kat is. Wat voor leken vaak ‘abracadabra' is, maar eigenlijk is het simpel.

Kittens die geboren zijn uit de combinatie ALC en een gedomesticeerde kat worden F1 ( eerste generatie) bengalen genoemd. De F staat voor het woord foundation.

Kittens uit zo'n F 1 bengaal en een bengaal worden F2-bengalen genoemd. De eerste 3 generaties vanaf de ALC worden foundation bengalen genoemd ( F1 t/m F3). Vanaf de 4e generatie spreken gewoon van bengalen en binnen de TICA hebben alle bengalen vanaf de 4e generatie een stamboeknummer wat met SBT begint.

In de beginjaren van de bengalenfok werden naast huiskatten ook andere rassen gebruikt zoals de Egyptische Mau, Burmees en Abessijnen.

Echter sinds 1996 is het in de TICA niet meer toegestaan om andere rassen in de bengaal te fokken. De bengaal mag alleen nog maar worden uitgekruist met een ALC. Dit betekent dat de enige manier om nieuw bloed in de bengalen genenpool te krijgen is het inkruizen van een onverwante ALC.

Het fokken van foundation katten kan het beste worden overgelaten aan specialisten, omdat deze katten zo hun eigen ‘fokproblemen' hebben. Hierdoor zijn er maar weinig fokkers die zich hiermee bezig houden. Een F1 bengaal mag dan wel een heel imposante verschijning zijn, maar het is en blijft een getemde wilde katachtige. Ook de F 2 bengaal is nog niet helemaal stabiel qua karakter en is zeker geen goede showkat. Een verantwoordelijke fokker zal zo'n kat dan ook nooit mee naar een show slepen. Maar helaas zijn er in onze buurlanden wel enkele fokkers die dit wel doen om op zo'n manier hun kitten beter te kunnen verkopen. De foundation kat fungeert dan alleen als een mooie advertentie, die kopers moet doen geloven dat hun latere generaties katten er net zo spectaculair eruit gaan zien als ze volwassen zijn. Wat nooit het geval is.
 
                                
                                F-2 Poes ( Shakira)                                     F-3 poes (Chloes Wild Mystery)   

Zelf ben ik er een voorstander van dat Europese, dus ook Nederlandse verengingen het zouden verbieden dat foundation bengalen op show kunnen worden uitgebracht. Dit is bij de Amerikaanse organisaties al jaren het geval.

Uiterlijk van de bengaal

Een bengaal ziet er ander uit dan elke andere raskat. Sterker nog hij mag op geen enkel gedomesticeerd ras lijken. Dit maakt het moeilijk om voor te stellen hoe hij er idealiter uit zou moeten zien. De meeste mensen moeten eenmaal een uitzonderlijk goed exemplaar gezien hebben om een idee te hebben hoe ze eruit moeten zien.

Net als elke ras heeft ook de bengaal een rasstandaard, maar voor de meeste mensen is een rasstandaard vaak een abstract iets, waardoor ze nog geen voorstelling kunnen maken als ze nog nooit een goed voorbeeld van het ras hebben gezien. Daarom leek me het beter voor dit artikel een interpretatie van de rasstandaard te geven in plaats van de letterlijke vertaling.

Lichaamsbouw: De bengaal heeft een lang lichaam met een gemiddeld lange, brede staart met een ronde tip. Hij heeft een stevige, brede borstkas. Hij heeft een zwaar gespierd, stevig lichaam met brede poten en grote ronde voeten. Eigenlijk kun je de lichaamsbouw het beste vergelijken met die van een Maine Coon. Ze horen dus lang en zeer stevig te zijn en de katers zijn slechts een slag kleiner dan een Maine Coon kater. De standaard zegt zelfs dat de titel ingehouden dient te worden als een kater te klein is.
 
                                                
                                                 RW QGC Rockymeountains Romeow of Goldspurrs

Poezen zijn beduidend kleiner dan de katers, maar ze behoren nog steeds stevig gebouwd te zijn.

De achterpoten zijn langer dan de voorpoten, waardoor ze als ze lopen een echte sluipgang hebben. Als je goed kijkt hoort de wervelkolom tussen de schouderbladen een klein ‘kuiltje' te maken. Dit geeft een extra dimensie aan de karakteristieke sluipgang van een bengaal.

Kop: de kop van de bengaal is nog wel het moeilijkste te omschrijven in woorden. Vooral als het gaat over wat de kenmerken zijn die een kop extra ‘wild doen' lijken. In de standaard heeft men dit wel getracht goed te verwoorden, maar is hier niet helemaal honderd procent in geslaagd. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom veel keurmeesters die niet erg goed in dit ras thuis zijn hier ook veel moeite mee hebben.

De kop is wigvormig van vorm. De kop moet langer zijn dan dat die breed is. Bengalen hebben een brede neus, ook bij het neusleertje is de neus breed. De ogen zijn ovaal, bijna rond van vorm. De ideale oogvorm is ovaal met een extra ronding in het midden van het oog; dit geeft de bekende ‘nocturnal' look. De ogen staan wijd uit elkaar. De ogen horen groot te zijn in verhouding met de kop. De bengaal heeft uitstekende jukbeenderen, waardoor het accent nog meer op de ogen komt te liggen. Vanaf het traanbuisje loopt een donkere tekening, vergelijkbaar met de tekening welke je bij cheeta's ziet ( alleen dan niet zwart maar een donkere tint van de vachtkleur). Dit wordt in de volksmond vaak "cheeta tears” genoemd en geven een bengalenkop de expressie van een wilde katachtige. Helaas ontbreekt bij veel bengalen nog deze aftekening.
                                                       
                                                               CH  Batifoleurs Duma
                                                                  
De oren zijn klein tot middelgroot en hebben een ronde top. De oren zijn net zoveel op als naast de kop geplaatst en de oren volgen de contouren van het gezicht. Ze moeten niet rechtop staan, maar ook niet helemaal naar buiten wijzen. De plaatsing van de oren en de rondheid van de top van de reden zijn zeer belangrijk om de zogenaamde ‘wild look' te creëren. Als men de oren van de zijkant van de kop bekijkt zijn ze naar voren gericht.
                                                         
                                                         
                                                                Batifoleurs Washeetah
 
Zeer belangrijk is de snuit van de bengaal; deze hoort breed te zijn met geprononceerde snorhaarkussentjes. Verder moet er achter de snorhaarkussen een versmalling van de snuit aanwezig zijn; dit wordt een ‘geknepen snuit' (pinch) genoemd. Bij een bengaal met goed geprononceerde snorhaarkussens lijkt de kin vaak wat zwakker dan dat hij in werkelijkheid is.
 
 
Ook het profiel van de kop is belangrijk. De bengaal heeft naar verhouding tot andere katten een lang voorhoofd ( dit is de ruimte tussen de oren en de bovenkat van de ogen). De schedel is hier redelijk vlak en het profiel vertoont een heel lichte glooiing en loopt met een soepele lijn over in de neusbrug. De neuslijn is bijna recht met een minimale holle glooiing. Wanneer deze glooiing te diep is, doet deze afbreuk op de ‘wild look'. Een helmaal rechte neus doet geen afbreuk op de ‘wild look', terwijl een te diep glooiing de kat doet lijken op een gedomesticeerde kat. En dat is wat we in de bengalen niet willen zien.
 
 

Vacht:

De bengaal kent twee soorten tabby patronen: de spotted en de marbled.

De spotted bengaal is gekenmerkt door donkere vlekken over het hele lichaam. Deze vlekken mogen eenkleurige vlekken zijn, maar liever zijn we rosetten ( dit zijn meerkleurige vlekken). Deze vlekken moeten horizontaal zijn gerangschikt. Bij de ideale bengaal komen er alleen schuine en verticale strepen voor op de schouderpartij en liggen de spotten op het lichaam ver uit elkaar.
 
                                               
                                                       SGC Batifoleurs Solo Mio als kitten
 
De marbled bengaal is gekenmerkt door een gemarmerde tekening waarbij ook de orientatie van de tekening horizontaal moet zijn. Elke vergelijking met een blotched tabby van een ander ras met een echte ‘bulls eye' is uit den boze. Vaak hebben marbled bengalen zeer spectaculair tekeningen.
 
                                                             
                                                               Chloes Geronimo

In Nederland zijn maar een paar kleuren erkent bij de bengaal. Ten eerste de brown ( black) spotted en de brown ( black) marbled bengaal. Hiervan mag de kleur van de ondervacht variëren van geel naar bruin tot oranje. Waarbij de warme tinten de voorkeur verdienen. Dus een bengaal die warm geel is, is volgens de standaard net zo goed als een oranje bengaal. Sommige bengalen hebben een grijze ondervacht. Volgens de standaard is dit toegestaan en mogen hiervoor geen punten worden afgetrokken.

De aftekening mag variëren van pikzwart tot alle variaties van bruin. Belangrijk is wel dat er goed contrast is tussen de vachtkleur en de aftekening. De staartpunt en voetzolen moeten altijd zwart zijn.

De oogkleur mag groen, bruin, hazel zijn, zolang de kleur maar intens is. In deze kleurslagen zijn blauwe ogen niet toegestaan.

Verdere bestaan er ook nog de zogenaamde snow bengalen. Deze bestaan uit de kleuren: seal tabby point, seal mink tabby en seal sepia tabby.
 
                                                   
                                                                  Batifoleurs Ghost

De ondervacht is ivoor wit en heeft vaak een warme gloed over zich. De aftekening mogen alle variaties van seal zijn. De voetzolen en staartpunt moet donker seal zijn.

De oogkleur bij de seal tabby point is blauw. Bij de seal mink point is de oogkleur aqua en bij de seal sepia groen tot bruin.

De zilver bengalen is sinds 1-5-04 alleen binnen de TICA erkend.

De bengaal is een ras wat tot de verbeelding van mensen spreekt. Het is een prachtig ras om naar te kijken en om in beweging te zien. Maar je moet wel tegen katten kunnen die duidelijk aanwezig zijn en eisen dat je interactief met hen bent. Als je van rustige katten houdt, moet je nooit aan een bengaal beginnen. Maar als je van leven in de brouwerij houdt, dan is dit zeker een ras om bij stil te staan.

Mensen die met het idee spelen om met dit ras te gaan fokken, moeten zich wel goed bedenken waar ze aan beginnen. Fokken is sowieso een dure hobby, maar dat gaat nog dubbel voor de bengaal. Dit komt omdat er nog regelmatig katten uit het buitenland geïmporteerd moeten worden om het ras te verbeteren. Daarbij komt nog dat het een ras is waar je jezelf eerst heel goed in moet verdiepen, voordat je ermee gaat fokken. Het is een ras waarbij je redelijk veel moet weten van genetica en stambomen en goed katten moet kunnen analyseren om het ras goed te kunnen fokken. Dit komt onder andere doordat de bengaal zo min mogelijk op een gedomesticeerde kat mag lijken. Dit maakt hem fascinerend om te zien, maar ook moeilijker om te fokken.

Daarnaast moet je ook veel tijd erin willen investeren om je kittens goed te socialiseren, zodat ze nieuwsgierig zijn en mens aanhankelijk katten worden waar de standaard het over heeft. Ook als je met bengalen wilt showen moet je zorgen dat ze goed gesocialiseerd zijn en zul je ze de nodige showtraining moeten geven.

 

© Cattery Batifoleurs